Speekselklier (glandula submandibularis) - De wereld onder de microscoop

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Speekselklier (glandula submandibularis)

Preparaten > Organen en cellen 2

Download deze pagina als .pdf , klik hier

Bronvermelding:
1  Theorie: Junqueira L.C. en Carneiro J. (2004,  tiende druk), Functionele histologie, Maarssen. Uitgeverij Elsevier.
   Hoofdstuk 17, pag. 421-424,  ' De grote klieren van het spijsverteringskanaal', ISBN: 978-9035228627.
2  Wikipedia, de vrije encyclopedie,  http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina.

Doel,
van dit preparaat is het zichtbaar maken van het mukeuze granulaat in de speekselklieren. In paraffine coupes met de traditionele HE kleuring, worden de mukeuze acini meestal afgebeeld met een lichte kleuring en een terzijde gedrukte enigszins platte kern. Wanneer het weefsel in kunststof wordt gegoten blijkt dat de morfologie afwijkt en het mucus juist goed kleurbaar is en de kernen niet meer platgedrukt terzijde geschoven zijn.



Inleiding,¹

De grote klieren van het spijsverteringskanaal zijn buiten het spijsverteringskanaal gelegen, maar daarmee door een afvoergang verbonden.

De speekselklieren hebben als taak om de inhoud van de mondholte vochtig te maken, te smeren en bovendien een begin te maken met de spijsvertering van het gekauwde voedsel. De exocriene² pancreas voegt daar in de dunne darm nog spijsverteringsenzymen aan toe, terwijl de endocriene² pancreas insuline² en glucagon² uitscheidt naar de bloedbaan. De lever controleert het binnenstromende portale bloed, dat in samenstelling kan variëren, afhankelijk van het opgenomen voedsel. De lever heeft een centrale functie in de stofwisseling van eiwitten, koolhydraten en vetten en breekt ook toxische stoffen, geneesmiddelen en hormonen af. Tevens maakt hij bloedeiwitten en stollingsfactoren aan en draagt bij in de ijzerstofwisseling. De lever produceert gal, met daarin galzouten en bilirubine², die een rol spelen bij de vertering en opname van vetten. De galblaas concentreert, bewaart en levert de gal af op het juiste moment.



Speekselklieren,¹
Naast de vele kleine speekselklieren in het mondslijmvlies, monden drie paar grote speekselklieren in de mondholte uit: de glandula parotis , de glandula submandibularis en de glandula sublingualis. Het zijn klieren die samegesteld zijn uit:
1 een secretoir gedeelte, de acinus, die kan bestaan uit een sereuze, mukeuze of gemengden acinus;
2 een schakelstuk ('intercalated duct') waarin een aantal acini samenkomt;
3 een speekselbuis ('striated duct').

Tezamen vormen deze onderdelen de functionele eenheid van de speekselklier. De acini zijn met hun afvoergangen en een beetje bindweefsel tot een dichte massa samengepakt in lobuli. Deze lobuli worden in het weefsel duidelijk afgegrensd door bindweefselschotten (trabekels), die samenhangen met het bindweefselkapsel waarmee de speekselklier is omgeven. In de trabekels verlopen de interlobulaire afvoerbuizen, die het speeksel afvoeren, alsook de andere verzorgende elementen, zoals bloedvaten, zenuwen en lymfevaten. Elke acinus is opgebouwd door een enkele laag kubische kliercellen die aansluit op het eenlagig cilindrisch epitheel van de afvoergangen, dat op zijn beurt via een meerrijig en meerlagig cilindrisch epitheel, in het laatste deel van de hoofdafvoergang, overgaat in een meerlagig plaveiselepitheel, zoals dat van de mondholte.



Submandibularis,¹
In de glandula submandibularis (onderkaakspeekselklier) is het grootste deel van de cellen van het sereuze type. De granula hiervan bevatten onder andere het enzym amylase. Slechts een klein deel van deze klier bevat mukeuze cellen. De klier bevat ook gemengde acini. De mukeuze cel bevat secretiegranula; het mucus². Het speeksel maakt het voedsel glijdbaar door de aanwezig heid van mucus.



Preparaat,
Voor dit preparaat is gebruik gemaakt van een glandula submandibularis van een rat. De locatie van de klier is vrij eenvoudig te bepalen wanneer de huid van het dier is verwijderd (zie afbeelding).
Een klein deel van de klier is gefixeerd in een mengsel van Formaldehyde (2%) en Glutaraldehyde (2,5%) voor een periode van 48 uur. Daarna:
- Uitspoelen in AD, 24 uur;
- Ethanol 85%, 3 uur;
- Ethanol 95%, 4 uur;
- Ethanol 100%, 12 uur;
- Ethanol 100% / Technovit 7100, 12 uur;
- Technovit 7100 met harder 1, 24 uur;
- Technovit met harder 1, 48 uur;
- Uitgieten en inblokken Technovit 7100 met harder 2, 2 uur op kamertemperatuur;
- Uitharden op 40° C, 3 uur;
- Naharden op 60° C, 48 uur.

 
 






Nadat de blokken zijn gehard en getrimd zijn er coupes van gesneden op een Reichert Ultracut ultramicrotoom.
De coupedikte bedraagt 0,8µm.

 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu