Oplossen, verdunnen, definities - De wereld onder de microscoop

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Oplossen, verdunnen, definities

Materialen
 

Bronvermelding:
1 Prof. Dr. Peter  Böck (1989, 17., neubearbeitete auflage), Romeis Mikroskopische Technik, München. Verleger Urban & Schwarzenberg.
2 Ausgewählte Färbemethoden für Botanik, Parasitologie und Zoologie (Juli 2003), Waldeck GmbH & Co.,  48161 Münster/Germany, Havixbeckerstrasse 62, zie www.chroma.de
3 Artikelnummer uit de catalogus van de Firma Chroma in Münster (Duitsland), zie www.chroma.de
4 J.A. Schraag (1972), Handboek voor het onderwijs in de  praktische biologie, uitgever: Muusses te Purmerend. ISBN: 9789063080396


Het maken van een oplossing⁴

1. Een oplossing bestaat uit:
       - de opgeloste stof
       - het oplosmiddel

2. De hoeveelheid opgeloste stof bevindt zich na het oplossen in een bepaalde hoeveelheid oplossing: dus niet
    in het oplosmiddel. Voorbeeld:
       y ml moet zich gaan bevinden in 10 y ml oplossing.
       Dus niet in 10 y ml oplosmiddel; want dan zou er uiteindelijk 10 y + y ml oplossing zijn.  

3. Los de hoeveelheid op te lossen stof op in minder dan de benodigde hoeveelheid oplosmiddel en vul
    vervolgens aan tot het benodigde volume. Voorbeeld:
       Te maken 200 ml suikeroplossing van 3%.
       Bereken hoeveel gram suiker nodig is (6 gram);
       los 6 gram suiker op in 100 ml water;
       vul aan tot 200 ml water.
       Dus niet: 200 ml water nemen en daarin 6 gram suiker oplossen.

4. De algemeen geldende vergelijking luidt:
       aantal grammen op te lossen stof = gewichts % van de oplossing X aantal ml oplosmiddel / 100
 


Het maken van een verdunning⁴

1. Berekening:
    Hier wordt uitgegaan van een reeds bestaande oplossing, waarvan een andere oplossing wordt gemaakt.

a. Voorbeeld:
      Te maken 1,5 liter keukenzoutoplossing van 8%
      In voorraad is een oplossing van 40%
      In 1 liter voorraadoplossing van 40% bevindt zich 400 gr keukenzout;
      te maken 1,5 liter van 8%. Deze bevat dus 80 gr keukenzout per liter,
      ofwel 120 gr per 1,5 liter;
      van de voorraad is dus nodig:
      120/400 X 1 liter = 0,3 liter;
      0,3 liter van de voorraad wordt nu aangevuld met 1,2 liter water tot 1,5 liter oplossing van 8%.

b. de algemene regel is:
      - bepaal de concentratie van de verlangde oplossing;
      - voeg aan het aantal ml dat tevens de concentratie van de verlangde oplossing aangeeft, zoveel
        oplosmiddel toe dat een aantal ml wordt verkregen dat de concentratie van de uitgangsoplossing
        aangeeft.

2. Tabel voor het maken van verdunningen


Toepassing tabel:

Aanwezig

ethanol

95%

Benodigd

ethanol

70%

Neem

70ml

95%

Toevoegen

25ml

aqua dest.

Verkregen

95ml

70%

 
 




Het maken van een verdunningsreeks


1. Door een oplossing te verdunnen, de verdunde oplossing opnieuw te verdunnen en zo door te gaan, verkrijgt men een zogenaamde verdunningsreeks, waarmee uiterst lage concentraties kunnen worden bereikt, welke voor biologische experimenten noodzakelijk  kunnen zijn. Zo kan men ook bijv. een PH meter testen.

2. Hierbij gaat men meestal als volgt te werk:

a. een aantal reageerbuizen wordt opeenvolgend genummerd, te beginnen bij 1;
b. in de eerste reageerbuis wordt 10ml gedaan van een oplossing met een bekende concentratie;
c. in elk der overige reageerbuizen wordt 9ml oplosmiddel (AD) gedaan;
d. uit buis 1 wordt met een pipet 1ml opgezogen en overgebracht in buis 2;
e. buis 2 wordt goed geschud;
f. uit buis 2 wordt met een schone pipet 1ml opgezogen en in buis 3 gebracht;
g. de reeks wordt op deze wijze voortgezet, zodat telkens 10x verdund wordt.


Definities


1. Mol
a. Een hoeveelheid substantie die evenveel molekulen bevat als er atomen zijn in exact 12gr van het nuclide 12C.
    De Mol is als grondeenheid toegevoegd aan het SI. De Mol is bestemd om de grammolekuul te vervangen.
b. Onder een Mol van een stof verstaan we een hoeveelheid van 6,02 x 1023 atomen, ionen of molekulen van de
    stof.
c. Een Mol atomen, ionen of molekulen van een stof heeft een massa van zoveel grammen als de atoom-, ion-, of
    molekuul massa bedraagt.

2. Molaliteit
Het aantal molen opgeloste stof per kg oplosmiddel.

3. Molariteit
Het aantal molen opgeloste stof per liter oplossing.

4. Grammolekuul
De hoeveelheid van een zuivere stof waarvan het gewicht zoveel grammen bedraagt als het molekuulgewicht (=
som van de atoomgewichten der afzonderlijke atomen van het molekuul) van deze stof groot is.

5. Gramequivalent
a. De hoeveelheid van de stof die juist in staat is om 1 Mol H+ ionen te binden of vrij te maken.
b. 1 greg = 1 Mol/vaardigheid.

6. Normaliteit
Het aantal gramequivalenten van een stof dat zich in 1 liter oplossing bevindt.

7. Molekuulgewicht (M) = relatieve molekuulmassa
a. De verhouding tussen de massa van het molekuul en het twaalfde deel van de massa van de 12C isotoop.
b. Aan de hand van de chemische formule van een stof kan het molekuulgewicht rechtstreeks worden berekend door optelling van de atoomgewichten van alle atomen in het molekuul, die op soortgelijke wijze zijn gedefinieerd.


De concentratie van oplossingen


1. Molariteit
a. Een 1 molair oplossing bevat 1 grammolekuul opgeloste stof per 1 liter oplossing.
b. Voorbeeld:
         Het molekuulgewicht van HCL (zoutzuur) is 36,5
         Een 1M HCL oplossing bevat dus 36,5gr HCL per liter oplossing.

2. Normaliteit
a. Een normaaloplossing bevat 1 gr equivalent opgeloste stof per liter oplossing.
b. Voorbeeld:
         Het molekuulgewicht van HCL is 36,5;
         een 1 N oplossing van HCL bevat 36,5gr per liter.
         Het molekuulgewicht van H2SO4 is 98;

         een 1 N oplossing van H2SO4 bevat 49gr per liter
         N.B. een 1 M oplossing van H2SO4 bevat 98gr per liter.

3. Percentage
a. Volume procenten: een 1% oplossing bevat 1ml opgelost in 100ml oplossing.
b. Gewichtsprocenten: een 1% oplossing bevat 1gr opgelost in 100gr oplossing.
c. Voorbeeld:
         In 1 liter X-oplossing in water van 3% bevindt zich 30ml X en 970ml water.

4. Omrekenen van molariteit naar normaliteit
a. Vermenigvuldig de gegeven molariteit met molekuulgewicht/equivalent
b. Voorbeeld:
         0,8 M H2SO4 oplossing
         molekuulgewicht is 98; equivalent is 49
         Dus: 0,8 X 98/49 = 1,6
         De normaliteit is 1,6 N

5. Omrekenen van normaliteit naar molariteit
a. Vermenigvuldig de gegeven normaliteit met equivalent/molekuulgewicht
b. Voorbeeld:
         0,5 N Na2CO3 oplossing
         molekuulgewicht is 106; equivalent is 53
         Dus: 0,5 X 53/106 = 0,25
         De molariteit is 0,25 M

6. Molariteit en normaliteit van enkele zuren en basen


Reagens

Formule

Molariteit

Normaliteit

%

ijsazijn

HC2H3O2

17M

17N

99,5

verdunde ijsazijn

 

6M

6N

34

geconc. zoutzuur

HCL

12M

12N

36

verdund zoutzuur

 

6M

6N

20

geconc. salpeterzuur

HNO3

16M

16N

72

verdund salpeterzuur

 

6M

6N

32

geconc. zwavelzuur

H2SO4

18M

36N

96

verdund zwavelzuur

 

3M

6N

25

geconc. ammoniumhydroxide

NH4OH

15M

15N

58

verdund ammoniumhydroxide

 

6M

6N

23

geconc. natriumhydroxide

NAOH

6M

6N

20

 



Veel gebruikte fixatieven voor dierlijk weefsel²


1. Bouin

- 15ml picrinezuur 1,2% (3E-086³);
- 5ml formaline 40% (3D-084³);
- 1ml ijsazijn (3D-087³).
Is ook kant en klaar te koop: (2C-273³).

Fixatief dringt goed in. Kleine stukjes een paar uur, grotere een paar dagen. Eventueel bij grote stukken een halve dag warm (35°C) voor fixeren. Daarna koud fixeren, niet in koelkast. Langere tijd fixeren schaadt het weefsel niet. Meeste kleuringen zijn goed tot zeer goed uit te voeren. Na fixeren niet in water spoelen maar onmiddellijk in 70-80% ethanol.


2. Carnoy

- 60ml absolute alcohol;
- 30ml chloroform;
- 10ml ijsazijn (3D-087³).

Fixatief dringt zeer snel in weefsel. Stukjes van 1 tot 2 mm zijn al in 1 uur gefixeerd. Grotere stukken zijn na te hoogste 3 uur gefixeerd. Weefsel niet langer fixeren daar het anders te veel krimpt en te hard zal worden. Na fixering onmiddellijk 2x24 uur in de absolute alcohol (1 maal verversen).


3. Flemming

- 15ml chroomzuur 1% (3G-090³);
- 4ml osmiumzuur 2%;
- 1ml ijsazijn (3D-087³).
Is ook kant en klaar te koop: (3D-015³).

Fixatief dringt langzaam in en het is aan te raden dunne stukjes weefsel te kiezen (1 - 3 mm). Na 24 uur is weefsel gefixeerd en wordt grondig met water uitgespoeld (24 uur). Na deze fixatie is een kleuring met haematoxyline niet meer mogelijk.


4. Formaline

- 10ml formaline 40% (3D-084³);
- 100ml AD.

Fixatief dringt relatief langzaam in het weefsel. Kleine stukjes 1 dag, grotere stukken 3 - 4 dagen. Langer fixeren schaadt geheel niet. Het kan zelfs maanden bewaard worden (klein brokje marmer toevoegen om vorming van mierezuur tegen te gaan). Na fixatie grondig spoelen in leidingwater. Na formaline zijn vele kleuringen mogelijk.


5. Zenker

- 5gr sublimaat (kwikchloride);
- 2,5gr kaliumbichromaat;
- 1gr natriumsulfaat (3G-066³);
- 100ml AD;
- vlak voor gebruik 5ml ijsazijn (3D-087³) toevoegen.
Zenkeris ook kant en klaar te koop: (3D-038³).

Dunne plakjes weefsel is na 24 uur gefixeerd. Minimaal 24 uur uitspoelen in leidingwater. Bij sublimaat houdende fixeeroplossingen is het noodzakelijk om de sublimaatneerslag te verwijderen. Dit kan op preparaatniveau dus op het voorwerpglas gebeuren met jood-joodkali en natriumthiosulfaat.
Let op! kwikchloride is een zeer giftig, kristallijn, wit poeder. 0,5gr is voor de mens dodelijk!!


6. Formaline-alcohol

- 10ml formaline 40% (3D-084³);
- 20ml ethanol 80%.

Fixeertijd 1 - 2 dagen, grotere stukken enkele dagen langer. Fixatief geeft in het bijzonder voor bloedrijk weefsel goede resultaten omdat de granulocyten beter bewaard blijven dan in pure alcohol.


7. Helly

- 5gr sublimaat (kwikchloride);
- 2,5gr kaliumbichromaat;
- 1gr natriumsulfaat (3G-066³);
- 100ml AD;
- vlak voor gebruik 5ml formaline 40% (3D-084³) toevoegen.

Fixeertijd 1 - 6 uur. Grondig spoelen met water (24 uur). Granulocyten blijven beter bewaard dan met Zenker. Bij sublimaat houdende fixeeroplossingen is het noodzakelijk om de sublimaatneerslag te verwijderen. Dit kan op preparaatniveau dus op het voorwerpglas gebeuren met jood-joodkali en natriumthiosulfaat.
Let op! kwikchloride is een zeer giftig, kristallijn, wit poeder. 0,5gr is voor de mens dodelijk!!


8. Susa volgens Heidenhain

- 4,5gr sublimaat (kwikchloride);
- 0,5gr keukenzout;
- 2gr trichloorijsazijnzuur (3L-002³);
- 4ml ijsazijn (3D-087³);
- 20ml formaline 40% (3D-084³);
- 80ml AD.

Fixeertijd 1 - 24 uur. Na fixatie onmiddellijk overbrengen in 90% ethanol. Na Susa kan is het weefsel zeer goed te kleuren. Bij sublimaat houdende fixeeroplossingen is het noodzakelijk om de sublimaatneerslag te verwijderen. Dit kan op preparaatniveau dus op het voorwerpglas gebeuren met jood-joodkali en natriumthiosulfaat.
Let op! kwikchloride is een zeer giftig, kristallijn, wit poeder. 0,5gr is voor de mens dodelijk!!


9. Stieve

- 76ml verzadigde sublimaat;
- 20ml formaline 40% (3D-084³);
- 4ml ijsazijn (3D-087³).

Fixatief dringt zeer snel in zodat ook grotere stukken weefsel goed gefixeerd kunnen worden. Spoelen in alcohol 90%. Bij sublimaat houdende fixeeroplossingen is het noodzakelijk om de sublimaatneerslag te verwijderen. Dit kan op preparaatniveau dus op het voorwerpglas gebeuren met jood-joodkali en natriumthiosulfaat.
Let op! kwikchloride is een zeer giftig, kristallijn, wit poeder. 0,5gr is voor de mens dodelijk!!


10. Regaud

- 80ml kaliumdichromaat 3% (3L-110³);
- 20ml formaline 40% (3D-084³).

Fixatief dringt niet snel in. Fixeertijd 4 dagen. Daarna nog eens 8 dagen nafixeren in kaliumdichromaat 3%. Daarna uitwassen in water. Fixatief is uitstekend te gebruiken voor mitochondriën.




Veel gebruikte oplossingen ten behoeve van kleuringen¹


1. Picrinezure-alcohol
(3D-111³) (differentiëren bij bijv. trichroom volgens Masson)
 
- 1 deel ethanol 96%;
- 2 delen alcoholische verzadigde picrinezuur oplossing.


2. Fosformolybdeenzuur (differentiëren bij bijv. trichroom volgens Masson)

- 1gr fosformolybdeenzuur(3D-098³) oplossen in 100ml AD.


3. Fosformolybdeenzuur (beitsen bij bijv. AZAN trichroom volgens Heidenhain)

- 5gr fosformolybdeenzuur(3D-098³) oplossen in 100ml AD.


4. Ethanol-ijsazijn (trichroom volgens Masson)

- 0,1ml ijsazijn (3D-087³) toevoegen aan 100ml ethanol.


5. IJsazijn-alcohol (AZAN trichroom volgens Heidenhain)

- 1ml ijsazijn (3D-087³) toevoegen aan 100ml ethanol.


6. Fosformolybdeenzuur-Orange G (2C-280³) (differentiëren bij bijv. trichroom volgens Goldner)

- 3,5gr fosformolybdeenzuur(3D-098³) of fosforwolfraamzuur (3D-092³) en 2gr Orange G (1B-221³) oplossen in
 100ml AD.


7. Lugol (3D-072³) (verwijderen kwikzilverchloride uit preparaat)

- 2gr Kaliumjodide (3L-005³) oplossen in 5ml AD;
- 1gr jodium (3L-004³) toevoegen dat zich in een paar minuten op zal lossen;
- aanvullen met AD tot 300ml.


8. Natriumthiosulfaat (verwijderen kwikzilverchloride uit preparaat)

- 2,5gr natriumthiosulfaat (3L-020³) oplossen in 100ml AD.


9. Aniline-alcohol (differentiëren bij bijv. AZAN volgens Heidenhain)

- 1ml aniline (3D-093³) toevoegen aan 1000ml ethanol 96%.


10. Perjoodzuur (bijv. PAS reactie)

- 1gr perjoodzuur (3F-123³) oplossen in 100ml AD.


11. Kaliumpermanganaat (oxideren)

- 0,25gr kaliumpermanganaat (3G-039³) in 100ml AD.


12. Oxaalzuur (bruinsteen verwijderen na oxideren met kaliumpermanganaat)

- 5gr oxaalzuur (3G-068³) oplossen in 100ml AD.


13. Oxideren van Haematoxyline (kunstmatige rijping)

Om 1 gram haematoxyline te oxideren tot Haematine is nodig:
- 177mg kaliumpermanganaat (KMnO4) of
- 114mg kaliumchloraat (KCLO3) of
- 200mg kaliumjodaat (KJO3) of
- 197mg natriumjodaat (NaJO3) of
- 276mg kaliumdichromaat (KCr2O7)


14. Ontkleuren van te sterk gekleurde haematoxyline kleuring

- 2ml ijsazijn oplossen in 100ml AD of
- 0,1ml tot 0,25ml zoutzuur in 100ml AD.


15. Zoutzure alcohol 3% (differentieren van bijv. IJzerhaematoxyline)

- 3ml zoutzuur 25% (3L-012³) mengen met 100ml ethanol 70%.


16. 3M Kaliumchloride (bewaarvloeistof elektrode PH meters)

- Kaliumchloride heeft een molmassa van 74,55 gr/mol.
- 3 x 74,55gr = 223,65gr is benodigd voor 1000ml water.
- Voor 100ml: weeg 22,4gr af en los dit op in bijv. 80ml AD. Vul vervolgens aan tot 100ml.


17. 1N Zoutzuur (benodigd om b.v. het Schiff's reagens te maken)

- Een 1N oplossing bevat 36,453gr zoutzuur per liter en komt daarom ongeveer overeen met een waarde van 3,55%.


18. 1N Natriumhydroxide, NaOH (benodigd om b.v. formaldehyde aan te maken uit paraformaldehyde)

- NaOH heeft een Molmassa van 39,997 gr per mol.
- Om een 1N oplossing te maken dient 40gr opgelost te worden in 1ltr water of 1gr in 25ml water of 0,4gr in 10ml water.

 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu