|
|
|
Het
doel van deze site is de lezer kennis te laten nemen van de fantastische
wereld die door middel van een microscoop is waar te nemen. Dit wordt
bereikt met fraaie afbeeldingen, videofragmenten, animaties en
bijbehorende theoretische onderbouwing. Deze kleine wereld wordt bekeken
met een Leitz Orthoplan doorvallichtmicroscoop voorzien van hoogwaardige
Fluotar- en Apo objectieven. Het object dat wordt bekeken moet eerst verwerkt
worden tot een preparaat. Alle getoonde preparaten zijn zelf vervaardigd en
zeer divers. Enkele voorbeelden zijn: hyalien kraakbeen, huidmondjes, wangslijmvlies,
schimmels, kleine hersenen met purkinjecellen, bacteriën,
celdeling
(mitose en meiose), chromosomen, DNA, blauwalgen, lever, bloedcellen,
sperma, neuronen, microvilli in de trachea, slijmbekercellen, mestcellen,
stamcellen, nier, bijnier,
pancreas met eilandjes van Langerhans et cetera. In “Histologie”
worden methodes beschreven die gebruikt worden voor het maken van
een preparaat. Beschreven wordt hier: fixeren, dehydrateren, inbedden in
paraffine of paraplast, kleuren et cetera. Een fotocursus Histologie kan
hier gratis in .pdf formaat worden gedownload.
Onder
“Materialen” wordt onder andere geschreven over de aanschaf van een
microscoop, diverse objectieven, gebruik van camera’s die op een microscoop kunnen worden
gemonteerd, het maken van een oplossing of verdunning,
kleurstoffen en het gebruik van een microtoom (een microtoom is een
snijmachine voor weefsels). In
“Preparaten” wordt een overzicht gegeven van de preparaten die op
deze site te vinden zijn. Sommige preparaten zijn met vrij simpele
technieken te maken en zijn snel gereed, andere zijn moeilijker en
kosten veel tijd. De preparaten waarbij weefsel
gesneden moet worden wordt gebruik gemaakt van een professioneel A&O rotatiemicrotoom. De “Foto”
pagina geeft een snel
overzicht van de beschikbare preparaatafbeeldingen. In
“Links” zijn diverse
fabrikanten, kennisbanken en verenigingen genoemd waar veel
specialistische informatie te vinden is. Met de “Contact” button kan men
zich in verbinding stellen met de auteur/webmaster.
Hieronder
enkele voorbeelden van de vele onderwerpen op deze site!
Bronvermelding:
1 Theorie: Junqueira L.C. en Carneiro J. (2004, tiende druk),
Functionele
histologie,
Maarssen. Uitgeverij Elsevier. Hoofdstuk 9, 'Zenuwweefsel'.
Het zenuwstelsel¹
is een zeer complex systeem dat bestaat uit meer dan honderd miljard
zenuwcellen (neuronen). Doordat elk neuron gemiddeld ten minste
duizend functionele connecties heeft met andere neuronen, ontstaat
een uitgebreid communicatienetwerk. Door serieschakeling van
neuronen kan snelle uitwisseling van informatie over lange afstand
plaatsvinden.
Zenuwcellen of neuronen zijn in volwassen toestand niet meer delende
cellen die de communicatie binnen het zenuwstelsel, maar ook met
andere weefsels (onder ander spieren), verzorgen. Het gaat hier om
opneming, overbrenging en verwerking van prikkels, waarbij
neurotransmitters en andere informatiemoleculen een rol spelen.
Neuronen bestaan uit
drie onderdelen,
- Het cellichaam of perikaryon: het
stofwisselingscentrum van de cel, met

de kern als middelpunt, dat ook gevoelig is voor prikkels.
- De dendrieten: sterk vertakte uitlopers,
waarvan er meestal een aantal
per neuron voorkomt. Zij vangen meestal stimuli op en geleiden
deze
naar het cellichaam.
- Het
axon: een enkele, vaak zeer lange uitloper, die meestal impulsen naar andere cellen (neuronen, spiercellen of kliercellen) leidt.
Snijden
van weefsel ingegoten in kunststof, Technovit 7100
De video is geplaatst op Youtube:
http://www.youtube.com/watch?v=6ZBHveyKEnI

Longblaasjes (Alveoli) van een rat
In de longen (pulmones), die zich in de pleuraholte bevinden,
vindt de
gaswisseling plaats tussen de
ingeademde lucht en bloed. De ingeademde lucht komt via de
bronchiën (luchtwegen) in de longen. De longen bestaan uit
verschillende structuren, die door bindweefsel zijn verbonden en
overtrokken worden door de pleura (longmembraan). De bronchiën
vertakken zich bovenaan de longen naar links en rechts van de
luchtpijp (trachea). In de long vertakt de bronchus zich in
secundaire en tertiaire bronchiën en deze weer verder in
bronchioli. De bronchioli vertakken zich verder in longblaasjes,
de alveoli.
Kijk op de preparaatpagina voor meer afbeeldingen en informatie.

Bronvermelding:
1 Theorie: Junqueira L.C. en Carneiro J. (2004, tiende druk),
Functionele
histologie,
Maarssen. Uitgeverij Elsevier. Hoofdstuk 22, blz 536.
Pancreas of alvleesklier¹;
De eilandjes van Langerhans vormen het endocriene (interne
afscheiding van o.a. insuline) gedeelte van de pancreas
(alvleesklier). In preparaten doen zij zich vaak voor als flets
aangekleurde celgroepen
 
te midden van sterk aangekleurde basofiele cellen van de exocriene
(externe afscheiding van spijsverteringsenzymen) pancreas. De
eilandjes liggen verspreid door het exocriene pancreasweefsel, maar
zijn talrijker in het staartgebied van de klier. Bij de mens zijn er
in totaal circa 500.000 eilandjes, die tezamen ongeveer 1,5% van het
volume van de pancreas innemen. Hun omvang varieert. Elk eilandje
van Langerhans bestaat uit een complex van epitheelcellen,
doorschoten met een labyrintachtig netwerk van capillairen. De
eilandjes worden ten opzichte van het omgevende exocriene weefsel
afgegrensd door een onregelmatig laagje van fijne collagene vezels
(blauw aangekleurd).
Bronvermelding:
1 Theorie: Junqueira L.C. en Carneiro J. (2004, tiende druk),
Functionele
histologie,
Maarssen. Uitgeverij Elsevier. Hoofdstuk 16,
'Het
spijsverteringskanaal' blz 375.
Spierweefsel¹;
De tong bestaat uit een complexe massa dwarsgestreept
spierweefsel, afgewisseld met mukeuze en sereuze klieren, omhuld
door een slijmvlies. Typisch voor de tong is het driedimensionale
verloop van de spiervezels en het voorkomen van vertakte
spiervezels, die in meer dan één punt eindigen. Dit maakt complexe
bewegingen mogelijk, zoals bij het spreken.
Het slijmvlies is vast
met de spiermassa verbonden doordat de lamina propria
(bindweefsellaag) diep tussen de
spierbundels doordringt. Aan de onderzijde van de tong is het
slijmvlies glad, aan de bovenkant steken talrijke papillen uit.
In de bovenste opname zijn dwarsgestreepte spiercellen zichtbaar
alsmede enkele mestcellen. De tweede opname laat aan de rechterzijde
myofibrillen zien. Deze details worden alleen in coupes zichtbaar
die in kunststof zijn gegoten. Hier is Technovit 7100 gebruikt.
De kleuring is een veel gebruikte Toluidine blauw kleuring.

Bronvermelding:
1 Theorie: Junqueira L.C. en Carneiro J. (2004, tiende druk),
Functionele
histologie,
Maarssen. Uitgeverij Elsevier. Hoofdstuk 14, 'Hemopoëse' blz 319
en 334.
Bloedcelvorming (Hemacytopoëse of hematopoëse)¹;
Rijpe bloedcellen hebben een beperkte levensduur en moeten
derhalve continue worden vervangen. De nieuwvorming van bloedcellen
wordt hematopoëse genoemd en vindt plaats door differentiatie van
een populatie

van ongedifferentieerde stamcellen, die zichzelf in stand houdt.
Alvorens bloedcellen hun volledige rijpheid bereiken en in de
circulatie komen, maken zij een aantal specifieke stadia van
differentiatie en rijping door. In het embryonale stadium vindt de hematopoëse in lever en milt plaats, in het postnatale leven
hoofdzakelijk in beenmerg van de lange pijpbeenderen en in de
spongieuze holten van wervels en platte beenderen. De bloedplaatjes
(spelen een rol bij het stollingsproces van bloed) ontstaan uit
fragmentatie van de megakaryocyt. De voorloper van de megakaryocyt
wordt megakaryoblast genoemd. De megakaryoblast heeft een sterk
variabele diameter van 15-50µm en een grote eivormige of meer
niervormige diploïde (dubbelvoudige) kern. In histologische
preparaten zijn de verschillende stadia van bloedcellen vaak
moeilijk te onderscheiden maar de megakaryocyt of megakaryoblast is
altijd makkelijk te vinden. Links is een lengtedoorsnede te zien van
de wervelkolom van een muis (paar dagen oud). Het bot- en
kraakbeenweefsel is blauw aangekleurd, het beenmerg is rood. In de
rechter bovenhoek is nog een klein deel van het ruggenmerg te zien.
Trichroomkleuring volgens Mallory. Rechts een vergroting van 400x
met in het midden een megakaryoblast. Kleuring volgens van Gieson.
Bronvermelding:
1 Theorie: Junqueira L.C. en Carneiro J. (2004, tiende druk),
Functionele
histologie,
Maarssen. Uitgeverij Elsevier. Hoofdstuk 10, 'Zintuigen' blz 246,
252
en 253.
Het gehoororgaan (de cochlea)¹;
Het gehoororgaan kan men in drie delen onderscheiden:
1. het uitwendige oor, dat de geluidsgolven opvangt;
2. het middenoor, waarin deze worden overgebracht via
de gehoorbeentjes naar het inwendige oor;
3. de cochlea, waarin geluidstrillingen worden omgevormd
tot impulsen, die via de nervus acusticus naar het CZS
(centraal zenuwstelsel) worden overgebracht.
In het orgaan van Corti worden de geluidstrillingen omgezet in
impulsen. Het orgaan bestaat uit hoge epitheelcellen die een
steunfunctie
vervullen en waaruit de receptorcellen met stereocilia
(zintuigharen) oprijzen. Aan de rechterzijde van het orgaan van Corti
bevindt zich een gebied van losmazig bindweefsel met bijzondere
epitheelcellen, de limbus spiralis, van waaruit een afdakvormige
structuur uitsteekt die over het orgaan van Corti reikt: de membrana
tectoria. Deze laag is vrij stevig door een hoge concentratie
keratinefilamenten en is een product van de epitheelcellen van de
limbus spiralis. Deze membraan ligt zodanig ten opzichte van het
orgaan van Corti, dat zij juist contact maakt met de zintuigharen
van de receptorcellen. In een histologisch preparaat is de tectoriale membraan ten gevolge van schrompeling vaak verplaatst.
Zie Histologie voor het ontstaan van artefacten.
klik op het schema voor een vergroting
 
Vergroting 100x, kleuring HE

Vergroting 160x, kleuring HE
Vergroting 400x, kleuring HE
 |